Participatiewet


Op 1 januari 2015 is de Participatiewet in werking getreden. Het doel van deze wet is om meer mensen, ook personen met een arbeidsbeperking, aan de slag te krijgen in een reguliere werkomgeving. Deze wet legt de banenafspraak uit het sociaal akkoord wettelijk vast en regelt hoe het aantal gerealiseerde extra banen worden gemeten. Het kabinet en werkgevers hebben in het sociaal akkoord afgesproken dat er de komende jaren 125.000 extra banen worden gecreëerd voor mensen met een arbeidsbeperking. Deze banen, waarvan er 100.000 in de marktsector en 25.000 bij de overheid, moeten in 2026 zijn gerealiseerd.
Wat betekent dit nu precies voor u als werkgever? We zetten de elf belangrijkste vragen en antwoorden over de Participatiewet en de banenafspraak op een rij.

1. Wat is de Participatiewet?

De Participatiewet is op 1 januari 2015 in werking getreden en voegt de Wet Werk en Bijstand (WWB), de Wet sociale werkvoorziening (WSW) en een deel van de Wet Werk en Arbeidsondersteuning Jonggehandicapten (Wajong) samen in één regeling. De gemeenten worden verantwoordelijk voor bemiddeling en ondersteuning van mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt, waartoe ook veelal personen met een arbeidsbeperking behoren. Het doel van de Participatiewet is om zoveel mogelijk mensen aan het werk te krijgen, bij voorkeur bij reguliere werkgevers.

2. Mensen die een arbeidsbeperking hebben vallen dus per 1 januari onder de Participatiewet?

UWV blijft verantwoordelijk voor de arbeidsbemiddeling van personen aan wie de afgelopen jaren een Wajong-uitkering is toegekend. Voor deze groep huidige Wajongers verandert dus niets als het om arbeidsbemiddeling gaat, zij blijven aangewezen op de dienstverlening van UWV. De komst van de Participatiewet heeft alleen gevolgen voor ‘nieuwe’ jonggehandicapten met arbeidsvermogen die een aanvraag indienen voor een uitkering en arbeidsbemiddeling. Met ingang van 1 januari 2015 kunnen mensen met een arbeidsbeperking, die in staat zijn te werken maar niet zelfstandig het wettelijk minimumloon te verdienen, terecht bij de gemeente om een uitkering op grond van de Participatiewet aan te vragen. De Wajong-regeling van UWV is vanaf 1 januari 2015 alleen nog open voor nieuwe aanvragers die volledig en duurzaam arbeidsongeschikt zijn, dat wil zeggen: voor mensen met een arbeidsbeperking die niet in staat zijn om te werken.

3. Wat is de Banenafspraak?

In april 2013 hebben de sociale partners en het Kabinet een Sociaal Akkoord gesloten. In dit Sociaal Akkoord is afgesproken om de komende jaren stapsgewijs, uiterlijk 2026, 125.000 banen te creëren voor mensen met een arbeidsbeperking. Deze vastgelegde afspraak wordt de ‘Banenafspraak’ genoemd. 100.000 banen uit deze afspraak worden ingevuld door private werkgevers en 25.000 door de overheid. Voor 2018 geldt bijvoorbeeld dat de werkgevers uit de marktsector zich hebben gecommitteerd aan het realiseren van 31000 extra banen. Eigenlijk wordt hiermee bedoeld dat er ‘extra’ werkgelegenheid wordt georganiseerd voor mensen met een arbeidsbeperking. Het is dus niet zo dat er speciale, nieuwe banen of functies gecreëerd moeten worden. De Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) en sociale partners hebben afgesproken om mensen die op de wachtlijst staan voor een plek in de sociale werkvoorziening (deze wachtlijst vervalt per 31 december 2014) en Wajongers de eerste jaren prioriteit te geven bij de invulling van de Banenafspraak.

4. Wie vallen er onder de doelgroep Banenafspraak?

Tot de doelgroep van de Banenafspraak behoren personen die een Wajong-uitkering ontvangen en arbeidsvermogen hebben en mensen die onder de WIW-, ID- of WSW regeling vallen. Naast de personen die werkzaam zijn in een SW-bedrijf (de sociale werkvoorziening) tellen ook mensen mee die op de wachtlijst staan voor de sociale werkvoorziening. Daarnaast komen er voor de Banenafspraak ook personen in aanmerking die onder de Participatiewet vallen en die niet in staat zijn om zelfstandig het wettelijk minimumloon te verdienen. Voor hen dient een indicatie banenafspraak te worden afgegeven door het UWV. Gemeenten kunnen bij UWV deze indicatie aanvragen. 
Voor het quotom tellen nog mee de jonggehandicapten die alleen met ondersteuning (bijvoorbeeld jobcoaching of een voorziening) het wettelijk minimumloon kunnen verdienen.

5. Wat gebeurt er als er niet genoeg banen komen?

De Wet Banenafspraak en Quotum Arbeidsbeperkten beoogt een heffing in het leven te roepen die voor werkgevers gaat gelden als er niet wordt voldaan aan de Banenafspraak. De quotumregeling zal pas in werking treden als werkgevers (markt en overheid) niet in staat blijken om de extra banen te realiseren. Hiertoe zal vanaf 2015 jaarlijks bekeken worden of de afgesproken jaarlijkse doelstellingen zijn behaald. Blijkt dit niet het geval, dan gaat de staatssecretaris van SZW in overleg met de sociale partners en kan besloten worden de quotumheffing in werking te laten treden. De heffing van €5.000 zal dan gelden voor werkgevers met minimaal 25 werknemers. Het percentage medewerkers met een arbeidsbeperking dat een werkgever een baan moet bieden, wordt op een later  moment bepaald. Werkgevers die niet aan het quotum voldoen, betalen een quotumheffing. Extra banen die de komende jaren gecreëerd worden door bedrijven met minder dan 25 werknemers tellen wel mee voor de Banenafspraak. 
Men loopt voorop op de Banenafspraak en hierdoor is de quotumheffig voorlopig van tafel. 

6. Geldt een mogelijk quotum straks ook voor werkgevers die nu al werken met medewerkers met een arbeidsbeperking?

Heeft u al een persoon bij u in het bedrijf uit de bij vraag 4 beschreven doelgroep? Dan maakt het niet uit of de medewerker voor of na invoering van de Participatiewet bij u in dienst is gekomen. Als u iemand in dienst heeft die onder de doelgroep banenafspraak valt, telt die persoon mee als er een quotum in werking treedt. Dus ongeacht het tijdstip van indiensttreding. Ook personen met een arbeidsbeperking die op basis van detachering bij een organisatie werken, of bijvoorbeeld ingeleend worden via een uitzendbureau, tellen mee bij de inlenende werkgever.

7. Wat is een regionaal bedrijf?

Gemeenten zijn verantwoordelijk voor de uitvoering van de Participatiewet. De arbeidsbemiddeling van mensen met een arbeidsbeperking is daardoor steeds meer een decentrale verantwoordelijkheid. Met 'regionaal Werkbedrijf' bedoelen we de 35 regionale werkbedrijven die de sociale partners en het Rijk hebben afgesproken in het sociaal akkoord. Werkbedrijven zijn netwerkorganisaties waarin gemeenten binnen een arbeidsregio samenwerken met UWV, werkgevers- en werknemersorganisaties om mensen die niet het wettelijk minimumloon kunnen verdienen te plaatsen op de banen waarvoor werkgevers garanties hebben afgegeven. Werkbedrijven staan gemeenten ook bij bij het organiseren van beschut werk. Elke arbeidsmarktregio krijg dus een eigen Werkbedrijf. De regionale werkbedrijven zijn de schakel tussen mensen met een arbeidsbeperking en de extra banen die werkgevers voor de doelgroep in het sociaal akkoord hebben afgesproken. Werkgevers kunnen vanaf 1 januari gebruik maken van de infrastructuur die het regionale werkbedrijf heeft opgezet voor de bemiddeling van mensen met een arbeidsbeperking. Concreet betekent dit dat u als werkgever straks nog steeds terecht kunt bij één van de 35 Wer WerkgeversServicepunten in de regio voor ondersteuning bij het vinden van geschikte kandidaten die onder de banenafspraak vallen.

8. Welke mogelijkheden zijn er voor u als werkgever?

Wat er voor u als werkgever mogelijk is, is afhankelijk van de situatie bij u ter plekke. De bemiddeling van kandidaten met een arbeidsbeperking is een kwestie van maatwerk. Het gaat immers om personen die niet in staat zijn om het wettelijk minimumloon te verdienen door ziekte of handicap. Een simpele match om een bestaande vacature te vervullen is daardoor lang niet altijd mogelijk. Er zijn veel organisaties die bedrijven kunnen ondersteunen bij de totstandkoming van een geslaagde match. Als werkgever kunt u terecht op het WerkgeversServicepunt in uw regio. Ook voor het in kaart brengen van de werkmogelijkheden binnen uw bedrijf. Ook SW bedrijven en private intermediairs, zoals uitzendbureaus, kunnen u als werkgever helpen bij het vinden van de juiste kandidaten.

9. Wat is loonkostensubsidie?

Om het voor u als werkgever aantrekkelijker te maken iemand met een arbeidsbeperking in dienst te nemen, kan de gemeente loonkostensubsidie verstrekken. Loonkostensubsidie wordt gegeven voor mensen die onder de Participatiewet vallen en die, als ze een volledige werkweek werken, niet het wettelijk minimumloon kunnen verdienen. Het gaat dus om mensen die per gewerkt uur niet volledig productief zijn. In het regeerakkoord 2017-2021 hebben de partijen afgesproken om het instrument loonkostensubsidie in de Participatiewet vanaf medio 2019 voor nieuwe arbeidsrelaties te vervangen door loondispensatie. Voor bestaande arbeidsrelaties blijft loonsubsidie wel bestaan.

  • U als werkgever betaalt aan de werknemer het cao-loon;
  • De subsidie is maximaal 70% van het wettelijk minimumloon en is afhankelijk van de loonwaarde (productie) die iemand kan leveren;
  • De loonkostensubsidie wordt verstrekt aan u als werkgever en kan, waar nodig, structureel worden ingezet;
  • De loonwaarde wordt elk jaar opnieuw vastgesteld volgens objectieve criteria en methoden;
  • De gemeente is de verstrekker van de loonkostensubsidie aan u als werkgever.

Voor iemand met een arbeidsbeperking die onder verantwoordelijkheid van UWV valt kan loondispensatie worden ingezet, op voorwaarde dat aan hem of haar na 1 januari 2010 de Wajongregeling is toegekend en hij of zij daarom behoort tot de in 2010 in het leven geroepen ‘nieuwe Wajong-regeling’. Ook bij hen vindt loonwaardebepaling op de werkplek plaats. U als werkgever betaalt alleen loon voor het deel dat de werknemer productief is, de zogeheten ‘loonwaarde’. Het inkomen van de werknemer wordt door het UWV aangevuld, maar niet tot 100% van het wettelijk minimumloon. Daar groeit een werknemer naartoe naarmate zijn loonwaarde toeneemt.

10. Zijn er meer subsidie mogelijkheden?

UWV en gemeenten kunnen voor mensen die aan de slag gaan bij werkgevers ondersteunende instrumenten inzetten, zoals werkplekaanpassingen, een no-riskpolis, een proefplaatsing en jobcoaching. Via de Belastingdienst is vanaf 1 januari 2018 het (LKV) loonkostenvoordeel (voorheen mobiliteitsbonus) beschikbaar voor werkgevers die iemand in dienst nemen met een arbeidsbeperking, uit de doelgroep banenafspraak, scholinsbelemmerden, herplaatste arbeidsgehandicapte werknemer of oudere werknemers (vanaf 56 jaar). Om voor deze LKV in aanmerking te komen heeft u een doelgroepverklaring (DGV) nodig. Wij informeren u graag naar de mogelijkheden.

11. Worden de SW en de Wajong opgeheven wanneer de Participatiewet in werking treedt?

Nee, de huidige Wajong en SW worden wel afgebouwd. Dit verandert er:

  • De huidige Wajongers worden ingedeeld in twee groepen. Een groep die geen arbeidsvermogen heeft en een goed die wel arbeidsvermogen heeft. Voor mensen ingedeeld in de groep met arbeidsvermogen geldt op termijn (1 januari 2018) een verlaging van de uitkering met 5%. Vanaf 1 januari 2015 is de Wajong alleen nog voor jonggehandicapten die duurzaam geen arbeidsvermogen hebben. UWV beoordeelt of iemand recht heeft op Wajong;
  • Jonggehandicapten met arbeidsvermogen die na 10 september 2014 bij UWV een Wajong-aanvraag hebben gedaan, vallen vanaf 1 januari 2015 onder de Participatiewet;
  • De SW zal inkrimpen van 100.000 plaatsen naar uiteindelijk 30.000 arbeidsplaatsen. Deze plekken zijn bedoeld voor mensen die aangewezen zijn op werk in een beschutte omgeving.
  • SW-medewerkers die op 31 december 2014 een SW-dienstverband hebben, behouden hun rechten en plichten.